Geen aanzegvergoeding als overduidelijk is dat contract niet verlengd wordt

Een manager die al een halfjaar vrijgesteld is van zijn werkzaamheden, kan aan het einde van zijn contract geen aanspraak maken op een aanzegvergoeding.

De situatie

Een manager heeft een jaarcontract tot 1 maart 2016. De werkgever is niet tevreden over zijn prestaties en er wordt onderhandeld over een oplossing. In oktober 2015 gaat de manager akkoord met het neerleggen van zijn werkzaamheden en hij wordt tot het einde van zijn contract geheel vrijgesteld van alle werkzaamheden. In de e-mail aan zijn klanten schrijft de manager daarna onder meer: “Het was mij een eer en genoegen om je van dienst te mogen zijn en ik wil je bedanken voor onze zeer prettige samenwerking.”

Hij levert op verzoek van zijn werkgever zijn laptop en telefoon in en er vindt ook een afscheidsbijeenkomst plaats. Na afloop van deze bijeenkomst mailt hij daarna nog naar de leidinggevende. Hij eindigt zijn mail met de woorden “Het gaat jullie goed”.

Bij de rechter

Half april 2016 dient de werknemer een verzoek in bij de rechtbank om de werkgever te veroordelen tot het betalen van een aanzegvergoeding.

Het oordeel

De rechter stelt vast dat de werkgever inderdaad niet heeft voldaan aan de wettelijke verplichting om de werknemer uiterlijk een maand voor het einde van een tijdelijk contract schriftelijk op de hoogte te stellen van het feit dat het contract niet verlengd wordt. Maar het is in dit geval naar eisen van redelijkheid en billijkheid ook onaanvaardbaar om dat te eisen van de werkgever.

De werkgever was niet tevreden over het functioneren van de werknemer. De partijen hebben onderhandeld over de invulling van het dienstverband tot datum einde contract. Daar is uitgekomen dat de werknemer zou worden vrijgesteld van zijn werkzaamheden. Hij heeft afscheid genomen en zijn spullen ingeleverd. Hij heeft ook niet meer gevraagd om toelating tot zijn werk. De rechter concludeert dat er bij de werknemer op geen enkel moment onzekerheid kan hebben bestaan over het al dan niet voortzetten van de arbeidsrelatie. Het kan niet de bedoeling van de wetgever zijn geweest om in een geval als dit, waarbij voor de werknemer al een langere tijd duidelijk is dat de arbeidsovereenkomst niet voortgezet wordt, toch aanspraak te kunnen maken op een aanzegvergoeding.

De rechter wijst het verzoek van de werknemer af.

Bron: http://www.penoactueel.nl/

 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *